Sinds 1962 heb ik een intensieve studie gemaakt van religieus-sektarische bewegingen van vroeger en nu. Een deel van mijn doctorale studie was speciaal gewijd aan de opkomst van nieuwe godsdienstige bewegingen na de tweede wereldoorlog, in de Verenigde Staten en daarbuiten. Daarbij stelde ik ook een onderzoek in naar de geloofsleer van en het levenspatroon en het religieus taalgebruik binnen deze nieuwe godsdiensten, alsmede naar ambtsvervulling, motivatie en oprechtheid, alsmede hun materiële status. Aan de Washington Universiteit geef ik regelmatig een cursus getiteld De religieuze praktijk in Noord-Amerika, waarbij ook aandacht wordt geschonken aan nieuwe godsdienstige bewegingen. Naast mijn wetenschappelijke interesse voor godsdiensten heb ik een al vele jaren durende persoonlijke binding met het godsdienstig leven. Van 1958 tot 1964 was ik lid van de Orde van de Minderbroeders, algemeen bekend als de Franciscanen. Gedurende deze periode stond mijn leven in het teken van de gelofte van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid, zodat ik veel aspecten van de religieuze levenswijze uit eigen ervaring heb leren kennen.

        Voorafgaand aan mijn huidige bezigheden heb ik les gegeven aan het Maryville College in St. Louis, Missouri, 1980-81; de Universiteit van St. Louis in St. Louis, Missouri, 1977-79, waar ik voorzitter was van de promotiecommissie van de faculteit voor godsdienst en opvoeding; de Universiteit van Toronto in Ontario, 1976-77, waar ik docent was in vergelijkende theologie; het St. John's College in Santa Fe, New Mexico, 1970-75, als docent bijbelstudie; het LaSalle College in Philadelphia, Pennsylvania, zomersemesters 1969-73, als lector bijbelstudie en antropologische theologie; het Boston College in Boston, Massachusetts, 1967-68, als lector bijbelstudie; en het Newton College van het Heilige Hart in Newton, Massachusetts, eveneens als lector bijbelstudie.

~Vorige~       ~Volgende~