SCIENTOLOGY

RÉGIS DERICQUEBOURG



De antropologische benadering van Scientology

De leer van L. Ron Hubbard omvat ook de opvatting dat bij de individuele persoon lichaam en verstand nauw met elkaar samenhangen. Zich baserend op zijn onderzoek naar het verstand en de menselijke natuur schreef L. Ron Hubbard in 1950 Dianetics: The Modern Science of Mental Health [Dianetics: De moderne wetenschap van mentale gezondheid]. Het boek werd direct een bestseller en resulteerde in de oprichting van Dianetics organisaties. In die tijd hield Dianetics zich uitsluitend bezig met het verstand, als instrument om iemands geestelijke trauma’s te verlichten of verhelpen. Hubbard zette echter zijn onderzoek voort en betrad in het begin van de jaren vijftig het gebied van de geest, met zijn ontdekking dat de mens een onsterfelijk wezen is, dat al een onnoembaar aantal levens achter de rug heeft en boven de fysieke dimensie uitstijgt. De eerste Scientology Kerk werd gesticht in 1954. Bij Scientology wordt het verstand min of meer vergeleken met een computer met twee geheugens: het analytische verstand en het reactieve verstand. Het eerstgenoemde vertegenwoordigt de intelligentie, een volmaakt verstandelijk vermogen dat wordt verondersteld te fungeren als centrum van iemands bewustzijn (het “Ik” of de onderliggende persoonlijkheid). Deze analysator komt overeen met een computer die werkt op basis van waarnemingen (prikkels van buitenaf), de verbeelding, en herinneringen die zijn opgeslagen in het standaardgeheugen. Dit geheugen wordt, vanaf de geboorte tot de dood, wanneer iemand wakker is of slaapt, door de verschillende zintuigen gevoed met informatie, die in zijn geheel in chronologische volgorde wordt opgeslagen in diverse bestanden (auditief, visueel, tastbaar, etc.) van waaruit deze informatie weer kan worden afgeroepen door het analytische verstand. Dit verstand is voortdurend bezig met denken. Het ontvangt onafgebroken informatie over opgeslagen feiten en beelden, die het beoordeelt en vergelijkt, teneinde de juiste antwoorden te vinden op de problemen waarvoor iemand zich ziet gesteld. Voor het uitvoeren van routinehandelingen, zoals lopen, typen, etc., zonder hiervoor bij voortduring te worden belast met de noodzaak tot het verstrekken van steeds weer dezelfde informatie, heeft het een aantal permanente geheugencircuits gecreëerd, die rechtstreeks worden aangesproken en deze functies reguleren. In principe is het analytische verstand een soort rationele, foutloos werkende computer, die geen psychische of psychosomatische kwalen veroorzaakt. Afwijkend gedrag wordt veroorzaakt door het reactieve verstand, dat bestaat uit een verzameling engrams. Dit is niet hetzelfde als herinneringen. Het zijn volledige registraties, tot in het kleinste detail, van alle gewaarwordingen die iemand heeft tijdens momenten van pijn en gehele of gedeeltelijke uitschakeling van het bewustzijn, zoals bij flauwvallen of anesthesie.


< |-) <       ^ :-) ^       > =-) >